Citaat | Raad van State 26 februari 2014

Alinea 33 Raad van State 26 februari 2014

Een alinea uit Raad van State 26 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:623.

7.1. [appellant] heeft in beroep betoogd dat de beslissing van de Belastingdienst/Toeslagen zich niet verdraagt met artikel 8 EVRM. In hoger beroep betoogt hij dat de rechtbank ten onrechte in het kader van zijn beroep op artikel 8 van het EVRM heeft overwogen dat niet is gebleken van zeer bijzondere omstandigheden die maken dat van artikel 9, tweede lid, van de Awir moet worden afgeweken. Door de nihilstelling van de huurtoeslag en het kindgebonden budget verkeert hij in financiële nood waardoor zijn gezinsleven ernstig in gevaar wordt gebracht. Toepassing van artikel 9 van de Awir leidt, aldus [appellant], tot het ongewenste resultaat dat hij door het hebben van een niet rechtmatig in Nederland verblijvende partner geen recht heeft op toeslagen, terwijl de kosten voor levensonderhoud hoger zijn omdat hij ook zijn partner onderhoudt. Indien hij alleen met zijn in Nederland rechtmatig verblijvende kinderen zou wonen zou hij immers wel een recht hebben op de toeslagen, terwijl de kosten van levensonderhoud dan lager zouden zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ae0bf5b5cae32ec2c1350a3b099c0a4e4583c7deb1dc18354be8d5e27ec262a1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ae0bf5b5cae32ec2c1350a3b099c0a4e4583c7deb1dc18354be8d5e27ec262a1, en de alinea staat in dat document op bytes 11935 tot 12992.