Citaat | Raad van State 26 februari 2014
Alinea 35 Raad van State 26 februari 2014
Een alinea uit Raad van State 26 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:623.
7.3. Artikel 8 EVRM beoogt niet alleen de staten tot onthouding van inmenging in het recht op eerbiediging van het familie- en gezinsleven te dwingen, maar kan onder omstandigheden ook in het recht besloten liggende, positieve verplichtingen meebrengen die noodzakelijk zijn voor een effectieve waarborg van dit recht. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (hierna: het EHRM) heeft meerdere malen geoordeeld dat artikel 8 van het EVRM ook relevant is in zaken die betrekking hebben op de besteding van publieke middelen. Daarbij is wel van belang dat in een dergelijk geval aan de Staat een extra ruime "margin of appreciation" toekomt, terwijl het EHRM bij de bepaling van de bescherming die betrokkenen genieten onder het EVRM belang toekent aan de al dan niet legale status van het verblijf van betrokkene.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ae0bf5b5cae32ec2c1350a3b099c0a4e4583c7deb1dc18354be8d5e27ec262a1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ae0bf5b5cae32ec2c1350a3b099c0a4e4583c7deb1dc18354be8d5e27ec262a1, en de alinea staat in dat document op bytes 13359 tot 14188.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ae0bf5b5cae32ec2c1350a3b099c0a4e4583c7deb1dc18354be8d5e27ec262a1 | shasum -a 256