Citaat | Raad van State 26 februari 2014

Alinea 45 Raad van State 26 februari 2014

Een alinea uit Raad van State 26 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:681.

Volgens de geschiedenis van de totstandkoming van die bepaling (Kamerstukken II 2009/10, 32 450, nr. 3, blz. 23 en 24) is met het bieden van de mogelijkheid van het instellen van incidenteel hoger beroep beoogd een partij de bevoegdheid te geven om naar aanleiding van het principaal hoger beroep van een wederpartij alsnog ook zelf in hoger beroep te komen. Aldus wordt de processuele positie van de verwerende partij in hoger beroep versterkt, in die zin dat deze een tegenaanvalswapen in handen krijgt, en is het instellen van principaal hoger beroep niet meer zonder risico, nu de appellerende partij er door de tegenaanval van de wederpartij ook op achteruit kan gaan. Dit bevordert een zorgvuldige afweging van de kansen en risico’s van een hoger beroep en daarmee een weloverwogen gebruik van dit rechtsmiddel, aldus de toelichting.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/797cb1d9352ec2b035d35c2a9aed7a9024a5f8e3c4f08117925cc5fdd84623b1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 797cb1d9352ec2b035d35c2a9aed7a9024a5f8e3c4f08117925cc5fdd84623b1, en de alinea staat in dat document op bytes 15208 tot 16062.