Citaat | Raad van State 26 februari 2014
Alinea 46 Raad van State 26 februari 2014
Een alinea uit Raad van State 26 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:681.
Dat de aanleiding voor het instellen van incidenteel hoger beroep moet zijn gelegen in het ingestelde principaal hoger beroep, volgt ook uit artikel 8:110, tweede lid, van de Awb. In die bepaling is het aanvangen van de termijn voor het instellen van incidenteel hoger beroep afhankelijk gesteld van het moment van verzending van de gronden van het principaal hoger beroep door de hogerberoepsrechter. De aanleiding kan zijn gelegen in de enkele omstandigheid dat de principaal appellant in hoger beroep is gekomen en de incidenteel appellant om die reden evenmin wenst te berusten in voor hem onwelgevallige oordelen van de rechtbank. Met het instellen van incidenteel hoger beroep beoogt de incidenteel appellant dan te bewerkstelligen dat hij in een rechtens gunstiger positie komt te verkeren ten opzichte van de positie waarin hij na de uitspraak van de rechtbank verkeerde. Het slagen van het incidenteel hoger beroep kan er toe leiden dat de principaal appellant, indien diens eigen hoger beroep faalt, in een rechtens slechtere positie komt te verkeren. Een incidenteel appellant kan met het instellen van incidenteel hoger beroep ook beogen te voorkomen dat hij zelf in een ten opzichte van de positie waarin hij na de uitspraak van de rechtbank verkeerde, rechtens slechtere positie komt te verkeren indien het principaal hoger beroep slaagt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/797cb1d9352ec2b035d35c2a9aed7a9024a5f8e3c4f08117925cc5fdd84623b1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 797cb1d9352ec2b035d35c2a9aed7a9024a5f8e3c4f08117925cc5fdd84623b1, en de alinea staat in dat document op bytes 16082 tot 17447.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/797cb1d9352ec2b035d35c2a9aed7a9024a5f8e3c4f08117925cc5fdd84623b1 | shasum -a 256