Citaat | Raad van State 26 februari 2014

Alinea 47 Raad van State 26 februari 2014

Een alinea uit Raad van State 26 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:681.

5.4. In de brief van 25 september 2013 heeft de burgemeester, met uitzondering van het betoog dat de rechtbank hem ten onrechte heeft veroordeeld tot vergoeding aan Korjako van de door haar gemaakte proceskosten, uitsluitend gronden aangevoerd die aansluiten op de gronden van het hoger beroep van Funplaza. Deze gronden van de burgemeester strekken er slechts toe om adhesie te betuigen aan de gronden van Funplaza en geven er slechts blijk van dat de burgemeester wil bereiken dat het hoger beroep van Funplaza slaagt. Dat de burgemeester in dat geval in een gunstiger positie komt te verkeren ten opzichte van de positie waarin hij na de uitspraak van de rechtbank verkeerde, is een gevolg dat ook zou ontstaan zonder het instellen van incidenteel hoger beroep. Het instellen van incidenteel hoger beroep beïnvloedt derhalve in zoverre niet de processuele positie van de burgemeester in hoger beroep.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/797cb1d9352ec2b035d35c2a9aed7a9024a5f8e3c4f08117925cc5fdd84623b1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 797cb1d9352ec2b035d35c2a9aed7a9024a5f8e3c4f08117925cc5fdd84623b1, en de alinea staat in dat document op bytes 17467 tot 18384.