Citaat | Raad van State 26 februari 2014

Alinea 56 Raad van State 26 februari 2014

Een alinea uit Raad van State 26 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:681.

7.2. Bij de beantwoording van de vraag of de termijnoverschrijding door Korjako verschoonbaar moet worden geacht, heeft de rechtbank van belang geacht dat naar haar oordeel de burgemeester onvoldoende inspanningen heeft verricht om Korjako tijdig van het besluit van 23 mei 2012 in kennis te stellen. De enkele omstandigheid dat de burgemeester op de hoogte was van de plannen van Korjako om een speelautomatenhal op haar eigen perceel te realiseren, betekent niet dat het besluit steunt op gegevens over feiten of belangen die Korjako betreffen, als bedoeld in artikel 4:8, eerste lid, onder a, van de Awb. Nu niet is gebleken dat het besluit anderszins op zodanige gegevens steunt, heeft de rechtbank ten onrechte geoordeeld dat de burgemeester bij de voorbereiding van het besluit op voet van artikel 4:8 van de Awb Korjako in de gelegenheid had moeten stellen om een zienswijze in te dienen. Reeds hieruit volgt dat de rechtbank evenzeer ten onrechte heeft geoordeeld dat de burgemeester na het afkomen van het besluit op voet van artikel 3:43 van de Awb Korjako daarvan mededeling had moeten doen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/797cb1d9352ec2b035d35c2a9aed7a9024a5f8e3c4f08117925cc5fdd84623b1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 797cb1d9352ec2b035d35c2a9aed7a9024a5f8e3c4f08117925cc5fdd84623b1, en de alinea staat in dat document op bytes 22741 tot 23856.