Citaat | Raad van State 5 maart 2014

Alinea 100 Raad van State 5 maart 2014

Een alinea uit Raad van State 5 maart 2014, ECLI:NL:RVS:2014:726.

8.5. In het deskundigenbericht staat dat de veldschuur zonder bouwvergunning is opgericht. In hun reactie op het deskundigenbericht spreken [appellante sub 9 A] en [appellant sub 9 B] dit niet tegen. In het beroepschrift wordt evenmin gewezen op de aanwezigheid van een bouwvergunning. Gelet hierop ziet de Afdeling in de enkele stelling van [appellante sub 9 A] en [appellant sub 9 B] eerst ter zitting dat een bouwvergunning is verleend voor de veldschuur, geen aanleiding ervan uit te gaan dat de veldschuur met bouwvergunning is gebouwd. In beginsel behoeft de raad voor bouwwerken die zonder bouwvergunning zijn opgericht, geen regeling op te nemen in het plan, nu geen sprake is van verkregen rechten. De omstandigheid dat de veldschuur reeds lange tijd op het perceel [locatie 3] staat, kan een positieve bestemming niet zonder meer rechtvaardigen. De omstandigheid dat recent het dak is vernieuwd met het oog op een ander agrarisch gebruik dan de huidige opslag van materialen, rechtvaardigt evenmin het als zodanig bestemmen van de veldschuur. Gelet hierop heeft de raad in redelijkheid de bestaande veldschuur niet als zodanig hoeven bestemmen. Hierbij betrekt de Afdeling dat de raad zich op het standpunt heeft gesteld dat een tweede bouwvlak niet wenselijk is omdat dat leidt tot verspreiding, verstening en verrommeling in het buitengebied. Wat betreft de door [appellante sub 9 A] en [appellant sub 9 B] gemaakte vergelijking met het gekoppelde bouwvlak op het perceel [locatie 4] overweegt de Afdeling dat de raad zich op het standpunt heeft gesteld dat deze situatie verschilt van de aan de orde zijnde situatie omdat het bedrijf op het perceel [locatie 4], vanwege de omstandigheid dat het een biologisch bedrijf is, een uniek geval is. In dit kader heeft de raad erop gewezen dat aan een biologisch bedrijf eisen worden gesteld waardoor het bedrijf slechts uitbreidingsmogelijkheden zou hebben in geval van splitsing van het bouwvlak. Splitsing van het bouwvlak leidt ertoe dat overeenkomstig het provinciale beleidsdoel de biologische landbouw wordt bevorderd en overeenkomstig het uitgangspunt van het plan aan het agrarisch bedrijf uitbreidingsmogelijkheden worden geboden. In hetgeen [appellante sub 9 A] en [appellant sub 9 B] hebben aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de door haar genoemde situatie niet overeenkomt met de thans aan de orde zijnde situatie. Hierbij betrekt de Afdeling dat [appellante sub 9 A] geen biologisch bedrijf exploiteert.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/708a7b1342ac350cd1a55b3a1056fda91b7673a877128ee77541aea266d91493. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 708a7b1342ac350cd1a55b3a1056fda91b7673a877128ee77541aea266d91493, en de alinea staat in dat document op bytes 30594 tot 33170.