Citaat | Raad van State 5 maart 2014

Alinea 158 Raad van State 5 maart 2014

Een alinea uit Raad van State 5 maart 2014, ECLI:NL:RVS:2014:726.

15.5. Het plan "Buitengebied Diepenheim" is op 30 oktober 1995 vastgesteld. Ter zitting is komen vast te staan dat artikel 29, tweede lid, van de planvoorschriften niet op 30 oktober 1995 maar pas later bij een herziening van het plan "Buitengebied Diepenheim" aan de voorschriften is toegevoegd. Dit betekent dat de permanente bewoning op het perceel [locatie 9], welk gebruik in 1993 is aangevangen, onder het algemene overgangsrecht van het plan "Buitengebied Diepenheim" viel. Dat nadien een uitzondering voor strijdig gebruik is opgenomen, is in dit geval niet relevant nu de permanente bewoning toen reeds onder het algemene overgangsrecht viel en derhalve niet meer kon worden aangemerkt als strijdig gebruik. Gelet op de regels van het onderhavige plan valt het permanente gebruik van de woning thans wederom onder het algemene overgangsrecht. Zoals de Afdeling in haar uitspraak van 22 augustus 2012 (in zaak nr. 201101467/1/R2) heeft overwogen, kan het opnieuw onder het algemene overgangsrecht brengen van gebruik onder omstandigheden aanvaardbaar zijn. Hiervoor is in gevallen als de onderhavige in ieder geval vereist dat de gerechtvaardigde verwachting bestaat dat het bestaande gebruik binnen de planperiode zal worden beëindigd. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat [appellant sub 3 A] en [appellant sub 3 B] niet voornemens zijn het gebruik van de woning voor permanente bewoning te beëindigen. Gelet hierop en nu de raad niet te kennen heeft gegeven het perceel te willen verwerven of onteigenen, is niet aannemelijk dat het gebruik voor permanente bewoning binnen de planperiode zal worden beëindigd. Gelet hierop heeft de raad niet in redelijkheid het gebruik opnieuw onder het algemene overgangsrecht kunnen brengen. Zoals de Afdeling in voornoemde uitspraak van 22 augustus 2012 heeft overwogen, betekent dit niet dat een woonbestemming aan dit perceel had moeten worden toegekend, nu gebruik in strijd met een geldende bestemming dan wel gebruik dat onder het overgangsrecht valt in beginsel geen gerechtvaardigde rechten en verwachtingen doet ontstaan dat een woonbestemming wordt toegekend. Het had evenwel op de weg van de raad gelegen om te overwegen of voor het perceel een uitsterfregeling in het plan had kunnen worden opgenomen. Een dergelijke uitsterfregeling kan bijvoorbeeld inhouden dat de woning weliswaar als recreatiewoning met de daarbij behorende bouwregels wordt bestemd, maar dat in afwijking van het verbod van permanente bewoning, permanente bewoning van deze recreatiewoning wordt toegestaan, met dien verstande dat bij beëindiging van de permanente bewoning van de woning, dit gebruik niet langer is toegestaan. Een dergelijke uitsterfregeling is niet in strijd met de Omgevingsverordening nu daarmee louter bestaande rechten worden gerespecteerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/708a7b1342ac350cd1a55b3a1056fda91b7673a877128ee77541aea266d91493. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 708a7b1342ac350cd1a55b3a1056fda91b7673a877128ee77541aea266d91493, en de alinea staat in dat document op bytes 56305 tot 59140.