Citaat | Raad van State 5 maart 2014

Alinea 273 Raad van State 5 maart 2014

Een alinea uit Raad van State 5 maart 2014, ECLI:NL:RVS:2014:726.

28.9. Desmepol en Sapouni zijn niet-agrarische bedrijven in het buitengebied. Zoals hiervoor reeds is overwogen ligt volgens de plantoelichting aan het plan het uitgangspunt ten grondslag dat niet-agrarische bedrijven in het buitengebied als zodanig worden bestemd, maar dat terughoudend wordt omgegaan met het bieden van uitbreidingsmogelijkheden voor deze bedrijven vanwege de andere uitstraling en impact van deze bedrijven op het landelijk gebied dan de uitstraling en impact van agrarisch bedrijven. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad in dit geval in redelijkheid een zwaarder gewicht kunnen toekennen aan de belangen van omwonenden bij het niet verder aantasten van hun woon- en leefklimaat en aan het belang van het beschermen van het buitengebied dan aan de belangen van BM Vastgoed en anderen bij het bieden van uitbreidingsmogelijkheden en het toestaan van alle op grond van de Wet milieubeheer vergunde activiteiten. De raad heeft in redelijkheid van de vergunde activiteiten slechts de fabricage van zeep-, was- en reinigingsmiddelen kunnen toestaan. In dit verband is van belang dat het bedrijfsterrein in het buitengebied ligt en wordt omgeven door gronden met een natuurbestemming en dat het direct grenst aan woonpercelen terwijl de VNG-Brochure voor een bedrijf dat zeep-, was- en reinigingsmiddelen fabriceert een afstand van 300 m tot woningen aanbeveelt. Daarnaast is van belang dat het voorheen geldende plan "Buitengebied Ambt Delden" slechts de fabricage van zeep-, was- en reinigingsmiddelen toestond. Voor zover BM Vastgoed en anderen aanvoeren dat de raad in andere situaties binnen het plangebied de blijkens milieuvergunningen gewenste bestemmingen wel heeft toegekend, overweegt de Afdeling dat uit het vorenstaande volgt dat er in dit geval verscheidene bijzondere omstandigheden zijn op grond waarvan de raad hiervan mocht afzien en dat aangevoerd noch gebleken is dat in die andere gevallen vergelijkbare bijzondere omstandigheden bestonden zonder dat de raad van het toekennen van de gewenste bestemmingen heeft afgezien. Voor zover BM Vastgoed en anderen een beroep doen op het gebruiksovergangsrecht uit het voorheen geldende bestemmingsplan "Buitengebied Ambt Delden" overweegt de Afdeling als volgt. Uit de uitspraak van 18 april 2002 (in zaak nr. 201109947/1/A1) volgt dat in die procedure Desmepol niet aannemelijk heeft gemaakt dat ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan "Buitengebied Ambt Delden" op het perceel feitelijk sprake was van een van het bestemmingsplan afwijkend gebruik. Derhalve heeft de rechtbank naar het oordeel van de Afdeling terecht geconcludeerd dat het gebruik niet onder het gebruiksovergangsrecht van dat bestemmingsplan viel. De Afdeling ziet in hetgeen BM Vastgoed en anderen thans hebben aangevoerd, geen aanleiding voor een ander oordeel. De stukken en besprekingen van 2002 en later dateren van na de peildatum en hieruit volgt voorts niet dat voor de peildatum het door BM Vastgoed en anderen gestelde gebruik reeds plaatsvond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/708a7b1342ac350cd1a55b3a1056fda91b7673a877128ee77541aea266d91493. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 708a7b1342ac350cd1a55b3a1056fda91b7673a877128ee77541aea266d91493, en de alinea staat in dat document op bytes 109658 tot 112702.