Citaat | Raad van State 10 januari 2014
Alinea 22 Raad van State 10 januari 2014
Een alinea uit Raad van State 10 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:86.
1. In de enige grief klaagt het COa dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het ondeugdelijk heeft gemotiveerd dat het besluit niet strijdig is met artikel 3 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: het EVRM), bezien in het licht van het arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (hierna: het EHRM) van 21 januari 2011, nr. 30696/09, M.S.S. tegen België en Griekenland (www.echr.coe.int). Volgens het COa heeft de rechtbank niet onderkend dat uit het EVRM geen algemene verplichting voortvloeit om vreemdelingen van huisvesting of financiële ondersteuning te voorzien. De situatie van de vreemdeling verschilt bovendien van die in voormeld arrest, nu de vreemdeling en haar kind geen asielzoekers zijn en zij niet in een "situation of extreme material poverty" verkeren, aldus het COa.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/66e8070dec1ee938bcf3004f6e965434d5fd72188bb9ad247a580b4dc324c160. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 66e8070dec1ee938bcf3004f6e965434d5fd72188bb9ad247a580b4dc324c160, en de alinea staat in dat document op bytes 6841 tot 7721.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/66e8070dec1ee938bcf3004f6e965434d5fd72188bb9ad247a580b4dc324c160 | shasum -a 256