Citaat | Raad van State 12 maart 2014

Alinea 39 Raad van State 12 maart 2014

Een alinea uit Raad van State 12 maart 2014, ECLI:NL:RVS:2014:869.

5.1. Vexpro B.V. heeft naar aanleiding van de brief van het college van 28 februari 2012 op 5 maart 2012 ter aanvulling van haar aanvraag gegevens en bescheiden aan het college gezonden. Nu Vexpro B.V. met deze stukken de aanvraag heeft aangevuld en nu er bij het college geen onduidelijkheid bestond over de door Vexpro B.V. verschafte gegevens en bescheiden, heeft de rechtbank terecht overwogen dat er geen grond bestaat voor het oordeel dat het college heeft gehandeld in strijd met artikel 4:5, vierde lid, van de Awb door de aanvraag reeds op 14 maart 2012, voor het verstrijken van de in de brief van 28 februari 2012 gestelde termijn, buiten behandeling te stellen. De door Vexpro B.V. in dit verband ter zitting naar voren gebrachte uitspraak van de Afdeling van 21 december 1999 in zaak nr. H01.98.1815 (AB 2000/38) leidt niet tot een ander oordeel, nu in die zaak de aanvraag buiten behandeling was gesteld terwijl de termijn nog liep en appellant geen gegevens en bescheiden had overgelegd, zodat de zaken gelet op de verschillende feitelijke situaties niet vergelijkbaar zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/49fa8389a77dc37756899f206bdee167886b2d2135ad0deda222c1cfc84e0f25. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 49fa8389a77dc37756899f206bdee167886b2d2135ad0deda222c1cfc84e0f25, en de alinea staat in dat document op bytes 12058 tot 13160.