Citaat | Raad van State 8 januari 2014

Alinea 35 Raad van State 8 januari 2014

Een alinea uit Raad van State 8 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:9.

3.1. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer de uitspraak van 22 juni 2011 in zaak nr. 201010918/1/H2), volgt uit artikel 18 van de Awir, gelezen in verbinding met artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wko, en thans artikel 1.7, eerste lid, aanhef en onder b, van de nieuwe Wko, dat degene die aanspraak op kinderopvangtoeslag maakt, moet aantonen dat hij kosten van kinderopvang heeft gehad en wat de hoogte ervan is. De Belastingdienst heeft met de door [appellant] overgelegde stukken niet door hem aangetoond hoeven achten dat hij de kosten van de kinderopvang heeft gedragen. Dat hij, als gesteld, de rekeningen van het gastouderbureau niet heeft kunnen voldoen, omdat hij geen voorschot heeft ontvangen, leidt niet tot een ander oordeel. Daarbij is van belang dat [appellant] op 31 december 2009 aan de Belastingdienst heeft medegedeeld dat hij per 1 januari 2010 geen aanspraak op kinderopvangtoeslag meer wil maken en vervolgens pas op 20 oktober 2010 een voorschot heeft aangevraagd over 2010. Dat hij over de periode van 1 januari 2010 tot 20 oktober 2010 geen voorschot heeft ontvangen, is een gevolg daarvan dat de Belastingdienst voor zijn rekening mocht laten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fae17c74bd5e597074918520c81f841886adc0c8479d7b9eca3f4be114216ab8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fae17c74bd5e597074918520c81f841886adc0c8479d7b9eca3f4be114216ab8, en de alinea staat in dat document op bytes 8685 tot 9896.