Citaat | Raad van State 22 januari 2014

Alinea 46 Raad van State 22 januari 2014

Een alinea uit Raad van State 22 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:99.

8.1. De omstandigheid dat de rechtbank Alkmaar in de hiervoor genoemde uitspraak van 15 november 2012 heeft overwogen dat het voor [appellant] niet zonder meer duidelijk was of kon zijn dat de e-mails besluiten zijn in de zin van artikel 1:3 van de Awb, maakt niet dat de rechtbank in de aangevallen uitspraak had moeten bepalen dat aan [appellant] het door hem betaalde griffierecht zou worden vergoed. Nu het beroep van [appellant] in de aangevallen uitspraak terecht niet-ontvankelijk is verklaard, behoefde de rechtbank niet op grond van artikel 8:74, eerste lid, van de Awb te bepalen dat het door [appellant] betaalde griffierecht moest worden vergoed. In hetgeen [appellant] heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding te oordelen dat de rechtbank gebruik had moeten maken van de in artikel 8:74, tweede lid, van de Awb opgenomen discretionaire bevoegdheid en aldus had moeten bepalen dat het door [appellant] betaalde griffierecht had moeten worden vergoed.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2eae50fb99d1f918b65904e7ac9c071f186d2fea59c1fa35e6c2df2f4ac1710a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2eae50fb99d1f918b65904e7ac9c071f186d2fea59c1fa35e6c2df2f4ac1710a, en de alinea staat in dat document op bytes 15141 tot 16125.