Citaat | Raad van State 1 april 2015

Alinea 83 Raad van State 1 april 2015

Een alinea uit Raad van State 1 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1046.

9.2. In het geohydrologisch rapport zijn de effecten van de dijkverlegging op de grondwaterstand beoordeeld voor de gemiddelde zomersituatie, de gemiddelde wintersituatie en bij een extreme hoogwatergolf. Deze laatste situatie doet zich met het huidige dijkontwerp gemiddeld eens in de 25 jaar voor. Tijdens een gemiddelde zomer en winter zal slechts ter plaatse van de vergravingen sprake zijn van vernatting. Dit effect treedt op, omdat het maaiveld op de plekken van de afgravingen lager komt te liggen dan het grondwaterpeil en er eerder vernatting optreedt. Buiten de grens van het plangebied, derhalve op de percelen van Ponderosa en [appellante sub 2], treden, blijkens de afbeeldingen 17 en 20 op blz. 45 en 48 van het geohydrologisch rapport, nauwelijks veranderingen op in de grondwaterstand. Uit het onderzoek blijkt voorts dat direct na het passeren van een hoogwatergolf zowel buitendijks (ten oosten van de nieuwe dijk) als binnendijks (ten westen van de nieuwe dijk) sprake is van hogere grondwaterstanden die tot vernatting kunnen leiden. Blijkens paragraaf 6.2.2 op blz. 52 van het geohydrologisch rapport en het Addendum bij het geohydrologisch rapport zullen geen grote effecten op de binnendijkse watersystemen optreden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d7e7af4002b78a20677a3e89da046d39b2bf3115d62474ab23deee3a48928449. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d7e7af4002b78a20677a3e89da046d39b2bf3115d62474ab23deee3a48928449, en de alinea staat in dat document op bytes 29628 tot 30881.