Citaat | Raad van State 8 april 2015
Alinea 39 Raad van State 8 april 2015
Een alinea uit Raad van State 8 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1108.
5. [appellante] betoogt voorts dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het risico van het bewijs dat de kosten van kinderopvang zijn betaald geheel bij haar ligt. In dat kader voert zij aan dat het niet redelijk is dat pas eind 2012 is verlangd dat documenten uit 2009 worden overgelegd, terwijl de Belastingdienst/Toeslagen op grond van artikel 19 van de Awir gehouden was om eerder tot de definitieve berekening over 2009 over te gaan. Bijzondere omstandigheid is dat het kinderopvangbedrijf failliet is gegaan, waardoor bewijsnood is ontstaan. Als de Belastingdienst/Toeslagen de definitieve berekening tijdig zou hebben vastgesteld en om stukken had verzocht, was zij niet in bewijsnood komen te verkeren, aldus [appellante]. Voorts voert zij aan dat de Belastingdienst/Toeslagen en de rechtbank haar hadden moeten helpen om de in bewaring gegeven administratie van het failliete kindercentrum alsnog op te vragen door de kosten van de daarvoor benodigde accountant te vergoeden of voor te schieten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/40ebb8712df30e00e4f879b0089ff254ddfc4d662afae459b06c3f2a0f8e22a2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 40ebb8712df30e00e4f879b0089ff254ddfc4d662afae459b06c3f2a0f8e22a2, en de alinea staat in dat document op bytes 10547 tot 11574.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/40ebb8712df30e00e4f879b0089ff254ddfc4d662afae459b06c3f2a0f8e22a2 | shasum -a 256