Citaat | Raad van State 8 april 2015
Alinea 40 Raad van State 8 april 2015
Een alinea uit Raad van State 8 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1108.
5.1. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 30 juli 2014 in zaak nr. 201303430/1/A2), volgt uit artikel 18, eerste lid, van de Awir, gelezen in samenhang met artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wko, dat degene die kinderopvangtoeslag ontvangt, moet kunnen aantonen dat hij kosten voor kinderopvang heeft gemaakt en wat de hoogte is van deze kosten. Hieruit volgt dat het aan [appellante], als degene die aanspraak maakt op kinderopvangtoeslag, is om documenten over te leggen waaruit de hoogte van de gemaakte kosten van kinderopvang kan worden afgeleid. Dat [appellante] deze documenten niet heeft kunnen overleggen omdat zij die zelf niet meer in haar bezit heeft en onvoldoende middelen heeft om te pogen die documenten te achterhalen, heeft de rechtbank terecht voor haar rekening gelaten. Daarbij heeft de rechtbank terecht van belang geacht dat de Belastingdienst/Toeslagen [appellante] op 31 augustus 2010, vóórdat het faillissement van het kindercentrum was uitgesproken, om gegevens, zoals de jaaropgave, heeft verzocht waaruit de kosten van kinderopvang blijken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/40ebb8712df30e00e4f879b0089ff254ddfc4d662afae459b06c3f2a0f8e22a2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 40ebb8712df30e00e4f879b0089ff254ddfc4d662afae459b06c3f2a0f8e22a2, en de alinea staat in dat document op bytes 11594 tot 12731.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/40ebb8712df30e00e4f879b0089ff254ddfc4d662afae459b06c3f2a0f8e22a2 | shasum -a 256