Citaat | Raad van State 15 april 2015

Alinea 33 Raad van State 15 april 2015

Een alinea uit Raad van State 15 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1178.

5. De minister betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat hij niet heeft bewezen dat [wederpartij] artikel 15, eerste lid, van de Wav heeft overtreden, omdat moet worden uitgegaan van de juistheid van de stelling van [wederpartij] dat zij voor aanvang van de arbeid digitaal een afschrift van het identiteitsdocument van de vreemdeling naar [de stichting] heeft verzonden. De minister voert aan dat uit het boeterapport en de hierbij gevoegde bijlagen genoegzaam volgt dat [wederpartij] geen afschrift van het identiteitsdocument van de vreemdeling naar [de stichting] heeft verzonden. Indien ervan moet worden uitgegaan dat [wederpartij] wel een afschrift naar [de stichting] heeft verzonden, dan heeft zij een afschrift van een vervalst identiteitsdocument verzonden, en heeft [wederpartij] hoe dan ook niet aan de plicht, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Wav, voldaan, aldus de minister.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5be707fa6285c0c19ef092ecbb90a7b8b31b25885b46be0cbb55d6d5f2738aa4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5be707fa6285c0c19ef092ecbb90a7b8b31b25885b46be0cbb55d6d5f2738aa4, en de alinea staat in dat document op bytes 12627 tot 13554.