Citaat | Raad van State 15 april 2015

Alinea 36 Raad van State 15 april 2015

Een alinea uit Raad van State 15 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1178.

[wederpartij] heeft niet aannemelijk gemaakt dat de verklaringen van [gemachtigde] en [wettelijke vertegenwoordiger] op onwaarheid berusten, zodat geen grond bestaat voor het oordeel dat de minister niet van de juistheid van die verklaringen heeft kunnen uitgaan. Ter zitting van de rechtbank heeft de gemachtigde van [wederpartij] verklaard dat in de administratie van [wederpartij] digitale kopieën van de identiteitsbewijzen van nieuwe medewerkers worden opgenomen, dat deze ook aan [de stichting] worden gegeven en dat deze door een daartoe bevoegde medewerker van [de stichting] via de intranetpagina kunnen worden bekeken. [de stichting] heeft geen overtuigende reden gegeven waarom deze latere verklaring, die geheel anders is dan de door [gemachtigde] en [wettelijke vertegenwoordiger] onmiddellijk ten overstaan van de inspecteur afgelegde verklaringen, als juist moet worden aanvaard, zodat daaraan geen doorslaggevende betekenis kan worden toegekend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5be707fa6285c0c19ef092ecbb90a7b8b31b25885b46be0cbb55d6d5f2738aa4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5be707fa6285c0c19ef092ecbb90a7b8b31b25885b46be0cbb55d6d5f2738aa4, en de alinea staat in dat document op bytes 14853 tot 15828.