Citaat | Raad van State 15 april 2015

Alinea 41 Raad van State 15 april 2015

Een alinea uit Raad van State 15 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1184.

3. Voorts betoogt [appellant] dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat Bureau Jeugdzorg geen dwangsom is verschuldigd. Hij voert aan dat Bureau Jeugdzorg het verzoek op 3 januari 2013 heeft ontvangen en hij het besluit van 26 februari 2013 pas op 14 maart 2013 heeft ontvangen. In de daartussen gelegen periode stelt [appellant] per gewone post geen correspondentie van Bureau Jeugdzorg te hebben ontvangen. De rechtbank heeft ten onrechte overwogen dat het ervoor moet worden gehouden dat Bureau Jeugdzorg het besluit van 26 februari 2013 op of kort na deze datum aangetekend heeft verzonden en aldus binnen de beslistermijn op het verzoek heeft beslist. Dit geldt temeer, nu zij niets heeft vastgesteld over de veronderstelde datum van ontvangst. Bovendien heeft hij niet te kennen gegeven dat hij vaker pakjes niet in ontvangst kan nemen, aldus [appellant].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5b97bcc26d52ff0e0abcb6ee52e361a0074896b39fe6d9f1d45f16dc165766c7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5b97bcc26d52ff0e0abcb6ee52e361a0074896b39fe6d9f1d45f16dc165766c7, en de alinea staat in dat document op bytes 16961 tot 17844.