Citaat | Raad van State 14 januari 2015

Alinea 42 Raad van State 14 januari 2015

Een alinea uit Raad van State 14 januari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:13.

5. [appellant] betoogt ten slotte dat de rechtbank ten onrechte het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn heeft afgewezen. Volgens [appellant] heeft de rechtbank ten onrechte geoordeeld dat de periode vanaf 19 juni 2012 tot aan de datum van haar uitspraak niet bij de beoordeling van een overschrijding van de redelijke termijn kan worden betrokken, omdat hij ter zitting op 19 juni 2012 nadere stukken heeft ingediend en de vertraging aldus zelf zou hebben veroorzaakt. In dat kader voert hij aan dat beide partijen uiterlijk op 3 oktober 2012 hebben gereageerd op de door hem op 19 juni 2012 ingediende nadere stukken, zodat de rechtbank ten onrechte de periode vanaf 3 oktober 2012 tot aan de datum van haar uitspraak niet heeft meegenomen in de beoordeling van de overschrijding van de redelijke termijn. Ook wijst [appellant] er op dat de bezwaarfase ruim twee en een half jaar heeft geduurd, zodat de overschrijding van de redelijke termijn van anderhalf jaar volledig aan de Belastingdienst/Toeslagen is toe te rekenen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/467fd811079e0a9761314acbbf8d7f7692ed1954ccf49ee6c64644bf5d63212f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 467fd811079e0a9761314acbbf8d7f7692ed1954ccf49ee6c64644bf5d63212f, en de alinea staat in dat document op bytes 13875 tot 14951.