Citaat | Raad van State 29 april 2015
Alinea 114 Raad van State 29 april 2015
Een alinea uit Raad van State 29 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1327.
16.4. Gelet op het voorgaande is de woning van [appellant sub 4] op het perceel [locatie 9] niet als zodanig bestemd. Uit de in dit geval relevante BRP-gegevens blijkt niet dat de noodwoning op het perceel aanwezig was, noch dat deze sinds de relevante peildatum van 1 januari 1988 als zodanig onafgebroken wordt bewoond. Zoals hiervoor is overwogen onder 12.4 levert het feit dat iemand niet staat ingeschreven in de BRP op een bepaald adres een vermoeden op dat de desbetreffende bewoner zijn hoofdverblijf niet op dat adres heeft. Dit betreft een weerlegbaar vermoeden. De overige gegevens bieden evenwel geen aanknopingspunten voor een weerlegging van dit vermoeden, nu de verzekeringsbrieven die door [appellant sub 4] zijn overgelegd slechts momentopnamen zijn en niet een bewoningshistorie inzichtelijk maken. Ook is de enkele verklaring van [appellant sub 4] dat verschillende inschrijvingen in de BRP op het adres [locatie 10], in wezen inschrijvingen waren op het adres [locatie 9], op zichzelf onvoldoende overtuigend, nu dit niet door ander bewijsmateriaal wordt ondersteund. Het voorgaande betekent dat de woning van [appellant sub 4] niet voldoet aan het in de nota noodwoning gestelde vereiste voor het toekennen van een woonbestemming, zodat de raad het plan in zoverre heeft vastgesteld in overeenstemming met zijn beleid. De enkele omstandigheid dat, naar [appellant sub 4] stelt, derde-belanghebbenden geen bezwaren zullen hebben tegen een woonbestemming voor de noodwoning, geeft geen aanleiding voor het oordeel dat de raad daarom had moeten afwijken van zijn beleid. Dat de bewijslast voor permanente bewoning thans vanwege tijdsverloop zwaarder is dan de bewijslast ten tijde van de vaststelling van het vorige bestemmingsplan, is voorts geen omstandigheid die vanwege strijd met het gelijkheidsbeginsel noodzaakt tot het maken van een uitzondering op de nota noodwoningen. Hierbij is van belang dat niet aannemelijk is gemaakt dat de nota noodwoningen sinds de vaststelling ervan niet uniform wordt toegepast en [appellant sub 4] bovendien ook al in de procedure voor het vorige bestemmingsplan zijn bezwaren naar voren kon brengen. Verder kan het 1 januari 1988-beleid niet tot een andere conclusie leiden, nu dit beleid niet van toepassing is aangezien door [appellant sub 4] niet aannemelijk is gemaakt dat het gebruik voor wonen is aangevangen voor 1 januari 1988. Tot slot bestaat gelet op het voorgaande evenmin aanleiding voor het oordeel dat het gebruik voor wonen onder het overgangsrecht valt gezien de hiervoor relevante peildatum van 2 januari 1980. De raad heeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen derhalve geen aanleiding hoeven zien een woonbestemming toe te kennen aan de woning. Het betoog faalt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/693db4cdf504db1aa120ffecee93654f997015667b7c7fb923a9493f07f27321. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 693db4cdf504db1aa120ffecee93654f997015667b7c7fb923a9493f07f27321, en de alinea staat in dat document op bytes 41551 tot 44305.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/693db4cdf504db1aa120ffecee93654f997015667b7c7fb923a9493f07f27321 | shasum -a 256