Citaat | Raad van State 29 april 2015

Alinea 336 Raad van State 29 april 2015

Een alinea uit Raad van State 29 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1327.

52.4. Gelet op het voorgaande is het leverantie- en montagebedrijf van [appellant sub 16] niet als zodanig bestemd. De Afdeling begrijpt het standpunt van de raad aldus dat is afgezien van het toekennen van een bedrijfsbestemming omdat gelet op het tijdstip waarop de raad bekend werd met de door [appellant sub 16] gewenste bestemming, het binnen deze procedure niet meer mogelijk was de ruimtelijke aanvaardbaarheid hiervan te toetsen, onder meer wat betreft de verenigbaarheid ervan met het functieveranderingsbeleid. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen, onder meer bij uitspraak van 30 april 2014, nr. 201303772/1/R2 is een bestemmingsplan in het stelsel van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) het ruimtelijke instrument waarin de wenselijke toekomstige ontwikkeling van een gebied wordt neergelegd. De raad dient bij de vaststelling van een bestemmingsplan rekening te houden met een particulier initiatief betreffende ruimtelijke ontwikkelingen, voor zover dat initiatief voldoende concreet is, tijdig kenbaar is gemaakt en ten tijde van de vaststelling van het plan op basis van de op dat moment bekende gegevens de ruimtelijke aanvaardbaarheid daarvan kan worden beoordeeld. In dit geval heeft [appellant sub 16] eerst in de zienswijze aangegeven een andere bestemming te wensen voor zijn perceel. Gelet op de aard van de gewenste ontwikkeling in samenhang bezien met het functieveranderingsbeleid dat geldt voor niet-agrarische bedrijven in het buitengebied, dat onder meer de eis stelt van landschappelijke inpassing en sloop van gebouwen, heeft de raad zich op het standpunt kunnen stellen dat [appellant sub 16] niet tijdig kenbaar heeft gemaakt dat zij een andere bestemming wenst. Dat de gewenste bestemming in overeenstemming zou zijn met de Structuurvisie en de plantoelichting, wat daar ook van zij, kan niet tot een andere conclusie leiden reeds omdat dit niet de enige relevante aspecten zijn bij de beoordeling van de ruimtelijke aanvaardbaarheid van de bestemming. Over de door [appellant sub 16] gemaakte vergelijking met andere bedrijfspercelen in het buitengebied wordt overwogen dat de raad zich op het standpunt heeft gesteld dat deze situatie verschilt van de aan de orde zijnde situatie omdat deze bedrijfspercelen ook in het vorige bestemmingsplan een niet-agrarische bedrijfsbestemming hadden. In hetgeen [appellant sub 16] heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de door [appellant sub 16] genoemde situatie niet overeenkomt met de thans aan de orde zijnde situatie. Tot slot betrekt de Afdeling dat het plan wel een wijzigingsbevoegdheid bevat die het mogelijk maakt de bestemming "Wonen" te wijzigen in de bestemming "Bedrijf - Niet agrarisch". Gelet op het voorgaande heeft de raad kunnen afzien van het toekennen van de bestemming "Bedrijf - Niet agrarisch" aan het perceel van [appellant sub 16]. Het betoog faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/693db4cdf504db1aa120ffecee93654f997015667b7c7fb923a9493f07f27321. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 693db4cdf504db1aa120ffecee93654f997015667b7c7fb923a9493f07f27321, en de alinea staat in dat document op bytes 156164 tot 159131.