Citaat | Raad van State 29 april 2015
Alinea 97 Raad van State 29 april 2015
Een alinea uit Raad van State 29 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1327.
12.4. Gelet op het voorgaande zijn de noodwoningen en de stacaravan in het plan niet bestemd voor wonen en kan uit de BRP niet worden afgeleid dat de woningen sinds de relevante peildata permanent worden bewoond. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen bij uitspraak van onder meer 2 april 2014, nr. 201303077/1/R1 levert het feit dat iemand niet staat ingeschreven in de BRP op een bepaald adres een vermoeden op dat de desbetreffende bewoner zijn hoofdverblijf niet op dat adres heeft. Dit betreft een weerlegbaar vermoeden. De door [appellante sub 2] overgelegde verklaringen van bewoners zijn volgens de raad echter onvoldoende om het vermoeden te weerleggen, nu deze verklaringen niet worden ondersteund door objectieve en verifieerbare gegevens. Zoals hiervoor onder 10.5 is overwogen acht de Afdeling dit niet onredelijk. Daar komt bij dat uit het deskundigenbericht volgt dat ook als zou worden uitgegaan van de verklaringen, geen sprake is van permanente bewoning van de noodwoningen sinds de hier relevante peildata. Het gaat in dit geval bovendien de onderzoeksplicht van de raad te buiten indien van hem, zoals [appellante sub 2] betoogt, zou worden gevergd dat alle verklaringen afzonderlijk worden onderzocht zonder dat hiervoor aanvullend bewijs is geleverd. De raad heeft zich derhalve op het standpunt mogen stellen dat het gebruik van de noodwoningen niet voldoet aan de nota noodwoningen. Hierbij geldt voor de stacaravan bovendien dat het gebruik voor wonen, ook in geval van permanente bewoning vanaf de peildatum van 1 januari 1988, niet voor een woonbestemming in aanmerking komt omdat stacaravans zijn uitgezonderd van dit beleid. Daarbij betrekt de Afdeling dat de raad onweersproken heeft gesteld dat op de peildatum sprake was van een stacaravan. Dat de stacaravan later is verbouwd tot woning, wat daar ook van zij, maakt dit niet anders. [appellante sub 2] heeft voorts niet aannemelijk gemaakt dat de raad vanwege bijzondere omstandigheden had moeten afwijken van zijn beleid. De raad heeft zich voorts op het standpunt mogen stellen dat het gebruik niet onder het overgangsrecht valt, nu geen sprake is van permanente bewoning sinds 2 januari 1980. Tot slot heeft [appellante sub 2] niet aannemelijk gemaakt dat de natuurbestemming voor het perceel niet in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Hierbij betrekt de Afdeling dat dit deel van het perceel in het vorige bestemmingsplan een bosbestemming had. De raad heeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen dan ook in redelijkheid kunnen afzien van het toekennen van een woonbestemming aan de noodwoningen en de stacaravan op het perceel van [appellante sub 2]. Het betoog faalt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/693db4cdf504db1aa120ffecee93654f997015667b7c7fb923a9493f07f27321. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 693db4cdf504db1aa120ffecee93654f997015667b7c7fb923a9493f07f27321, en de alinea staat in dat document op bytes 31791 tot 34483.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/693db4cdf504db1aa120ffecee93654f997015667b7c7fb923a9493f07f27321 | shasum -a 256