Citaat | Raad van State 24 april 2015
Alinea 30 Raad van State 24 april 2015
Een alinea uit Raad van State 24 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1336.
3.7. Uit 2. volgt immers dat het oordeel van de rechtbank over de ongeloofwaardigheid van de gestelde bekering van de vreemdeling in hoger beroep in stand blijft, en daarmee in rechte vast staat. Dat van een vreemdeling gevergd wordt om gebruik te maken van de mogelijkheid informatie van het internet te verwijderen, dan wel dat zij dergelijke informatie niet plaatst, kan in zaken als deze daarom niet worden aangemerkt als het betrachten van terughoudendheid bij het uitoefenen van een geloofsovertuiging in de zin van het arrest van het Hof van Justitie van 5 september 2012, C-71/11 en C-99/11, Bondsrepubliek Duitsland tegen Y en Z (ECLI:EU:C:2012:518) en de uitspraak van de Afdeling van 30 november 2012 in zaak nr. 201202404/1/V2. Reeds omdat de geloofsovertuiging ongeloofwaardig is, wordt die vreemdeling immers niet in de uitoefening van een geloofsovertuiging belemmerd. De rechtbank heeft dan ook terecht overwogen dat de staatssecretaris zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij, door haar
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6018fc139d822abb46b346025f9e16df42ef64e1bf4e1b9101824bf3be6d1379. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6018fc139d822abb46b346025f9e16df42ef64e1bf4e1b9101824bf3be6d1379, en de alinea staat in dat document op bytes 13104 tot 14182.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6018fc139d822abb46b346025f9e16df42ef64e1bf4e1b9101824bf3be6d1379 | shasum -a 256