Citaat | Raad van State 20 april 2015

Alinea 23 Raad van State 20 april 2015

Een alinea uit Raad van State 20 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1341.

In zijn uitspraak van 13 februari 2015 heeft de Centrale Raad van Beroep (grote kamer) in zaak nr. 13/1349 WWB-V (www.rechtspraak.nl; ECLI:NL:CRVB:2015:282) geoordeeld dat van betalingsonmacht sprake zal zijn bij een rechtzoekende, zijnde een natuurlijk persoon, die aannemelijk maakt dat op de datum waarop het griffierecht uiterlijk op de rekening van het gerecht moet zijn bijgeschreven dan wel ter griffie moet zijn gestort het netto-inkomen waarover hij maandelijks kan beschikken minder bedraagt dan 90% van de voor een alleenstaande geldende (maximale) bijstandsnorm en voorts dat hij niet beschikt over een vermogen waaruit het verschuldigde griffierecht kan worden betaald. De (maximale) bijstandsnorm voor een alleenstaande is per 1 januari 2013 € 925,37, per 1 juli 2013 € 926,48, per 1 januari 2014 € 948,18, per 1 juli 2014 € 951,64 en per 1 januari 2015 € 960,83. Uit deze uitspraak blijkt voorts dat aan de hand van een verklaring als bedoeld in artikel 7b van de Wet op de rechtsbijstand (Wrb) na toepassing van het zogeheten bijstandspercentagetarief kan worden afgeleid of sprake is van betalingsonmacht. Die verklaring heeft betrekking op het kalenderjaar twee jaar voorafgaande aan het jaar waarin om afgifte van de verklaring wordt verzocht. De rechtzoekende kan, onderbouwd met schriftelijke bewijsstukken, schriftelijk verklaren dat deze gegevens niet meer actueel zijn, indien hij zijn beroep op betalingsonmacht handhaaft. Van een situatie waarin heffing van het verschuldigde bedrag aan griffierecht het voor de rechtzoekende onmogelijk, althans uiterst moeilijk maakt om gebruik te maken van de opengestelde rechtsgang is volgens de meergenoemde uitspraak van de Centrale Raad van Beroep sprake indien het verzamelinkomen van de rechtzoekende minder bedraagt dan per 1 januari 2013 € 12.992,00 (€ 1.082,68 per maand), per 1 juli 2013 € 13.007,00 (€ 1.083,98 per maand), per 1 januari 2014 € 12.964,00 (€ 1080,35 per maand), per 1 juli 2014 € 13.011,00 (€ 1.084,30 per maand) en per 1 januari 2015 € 12.950,00 (€ 1.079,21 per maand). Ook de Afdeling zal omwille van de rechtseenheid de bedragen die zijn genoemd in de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 13 februari 2015 als uitgangspunt hanteren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/70f4f3ef4c4c10955747f85805fc54f3da76545345b6a15d2956500ef51a0475. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 70f4f3ef4c4c10955747f85805fc54f3da76545345b6a15d2956500ef51a0475, en de alinea staat in dat document op bytes 9228 tot 11504.