Citaat | Raad van State 14 januari 2015

Alinea 46 Raad van State 14 januari 2015

Een alinea uit Raad van State 14 januari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:14.

4.4. De Afdeling volgt de staatsraad advocaat-generaal in zijn oordeel dat het uit oogpunt van het streven naar een coherent systeem van rechtsbescherming onwenselijk is aan te nemen dat, indien een brief als onder 4.3. bedoeld is uitgebleven, geen rechtsgang bij de bestuursrechter openstaat tegen het van rechtswege intreden van het rechtsgevolg ingevolge het derde lid van artikel 2:12 van de Apv. Daarom dient dit van rechtswege intreden van het rechtsgevolg op dezelfde wijze als in artikel 6:2 van de Awb voor een andere situatie is voorgeschreven, voor de rechtsbescherming te worden gelijkgesteld met een besluit. Het verstrijken van de in genoemd derde lid van artikel 2:12 vermelde termijn van vier weken brengt immers met zich dat vanaf dat moment het recht ontstaat met de aanleg van de uitweg te beginnen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9150319ddba9e165745868c4e673b7fbb765d34be9543d1656138e1cae1239f1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9150319ddba9e165745868c4e673b7fbb765d34be9543d1656138e1cae1239f1, en de alinea staat in dat document op bytes 14702 tot 15533.