Citaat | Raad van State 6 mei 2015

Alinea 120 Raad van State 6 mei 2015

Een alinea uit Raad van State 6 mei 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1419.

12.1. In zijn verweerschrift heeft de raad een voorstel gedaan om de planregel zelf voorziend aan te passen, waarbij werd uitgegaan van een maximale stapelhoogte van 10 m, dan wel niet hoger dan de laagste maximale bouwhoogte voor gebouwen, zoals die geldt voor de omliggende gronden. Naar aanleiding van nadere opmerkingen van [appellant sub 1] en RBT heeft de raad in zijn nadere memorie van 3 februari 2015 een nieuw voorstel gedaan. Het vorige voorstel zou mogelijk tot een vergaande beperking voor [appellant sub 1] leiden als het gaat om gronden buiten het bouwvlak, waar geen maximale bouwhoogte geldt en de toegestane stapelhoogte alsdan nihil zou zijn. De raad wil voor die situatie uitgaan van de gemiddelde maximale bouwhoogte voor gronden in de directe omgeving. Het nieuwe voorstel leidt volgens de raad ook voor RBT tot een toereikende stapelhoogte, terwijl het op andere bedrijven binnen het plangebied geen invloed heeft. [appellant sub 1] en de raad hebben ter zitting aangegeven dat op grond van de voorgestelde bepaling bij [appellant sub 1] een stapelhoogte voor de opslag van goederen op onbebouwde gronden zonder bouwvlak van 12,60 m is toegestaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/73d47e8a899ce682adfca65ea6433664bad97f5c0f5f799a044db4d70fccfc7d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 73d47e8a899ce682adfca65ea6433664bad97f5c0f5f799a044db4d70fccfc7d, en de alinea staat in dat document op bytes 46617 tot 47800.