Citaat | Raad van State 20 mei 2015

Alinea 24 Raad van State 20 mei 2015

Een alinea uit Raad van State 20 mei 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1571.

1.3. Ter zitting is vast is komen te staan dat [persoon B] en [persoon C] de woning op het perceel [locatie B] hebben verkocht, dat de eigendomsoverdracht heeft plaatsgevonden en zij niet langer op [locatie B], noch elders in de nabijheid van het plangebied wonen. Hieruit volgt dat [persoon B] en [persoon C] geen belang meer hebben bij vernietiging van het plan in het geval van een gegrond beroep. Nu zij ook overigens niet tot op zekere hoogte aannemelijk hebben gemaakt dat zij schade hebben geleden als gevolg van het besluit, moet worden geoordeeld dat [persoon B] en [persoon C] geen belang meer hebben bij beoordeling van het beroep. Het beroep van [appellant] en anderen, voor zover ingesteld namens [persoon B] en [persoon C], is niet-ontvankelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8cab2aaa47ad9678e885a5364ccef819e2d11d27a35d934b36c8c7db5e63b5c1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8cab2aaa47ad9678e885a5364ccef819e2d11d27a35d934b36c8c7db5e63b5c1, en de alinea staat in dat document op bytes 7136 tot 7908.