Citaat | Raad van State 27 mei 2015

Alinea 36 Raad van State 27 mei 2015

Een alinea uit Raad van State 27 mei 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1621.

5.2. Uit de stukken blijkt dat het verweerschrift op 8 april 2014 bij de Raad van State is ingekomen. Nu de termijn voor het indienen van het verweerschrift was verlengd tot 4 april 2014 is het verweerschrift buiten de in artikel 8:42 gestelde termijn ingediend. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen, onder meer in haar uitspraak van 10 februari 2010 in zaak nr. 200903469/1/H1, betreft de in artikel 8:42 genoemde termijn, een termijn van orde. De wet verbindt er derhalve geen consequenties aan dat het verweerschrift niet binnen de termijn als bedoeld in artikel 8:42 is ingezonden. Anders dan [appellant sub 1] stelt, maakt de omstandigheid dat in deze procedure de Chw van toepassing is dit niet anders. Gelet op het voorgaande en nu het verweerschrift binnen de in artikel 8:58, eerste lid, gestelde termijn is ingediend, ziet de Afdeling geen aanleiding het verweerschrift in deze procedure buiten beschouwing te laten. Het betoog faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/14f6c361980f8c6258a00eff55088b202d7cfc8ef3c43707a531086f9f1762be. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 14f6c361980f8c6258a00eff55088b202d7cfc8ef3c43707a531086f9f1762be, en de alinea staat in dat document op bytes 11385 tot 12346.