Citaat | Raad van State 27 mei 2015

Alinea 83 Raad van State 27 mei 2015

Een alinea uit Raad van State 27 mei 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1621.

14.2. In het Streekplan staat dat ter voorkoming van visuele interferentie slechts windturbineparken kunnen worden ontwikkeld die op ten minste vier km afstand zijn gelegen van windenergielocaties waarvoor finale planologische regeling heeft plaatsgevonden. Ten westen van het plangebied, op een afstand van ongeveer 1,5 km, zijn in 2011 reeds zes windturbines planologisch mogelijk gemaakt. [appellant sub 1], [appellant sub 2], NABU en Stichting TegenWind betogen dan ook terecht dat het plan in strijd is met het provinciale beleid, zoals dat is neergelegd in het Streekplan. De raad is evenwel bij de vaststelling van een bestemmingsplan niet aan provinciaal beleid gebonden. In tegenstelling tot hetgeen Stichting TegenWind stelt, maakt de omstandigheid dat de raad geen eigen beleid op dit punt heeft vastgesteld, dit niet anders. Wel dient de raad met het provinciale beleid rekening te houden, hetgeen betekent dat dit beleid in de belangenafweging dient te worden betrokken. De raad heeft ter zitting toegelicht dat in dit geval is geanticipeerd op de nieuwe provinciale omgevingsvisie die door provinciale staten op 9 juli 2014 is vastgesteld, waarin de zogenoemde vier km eis uit het streekplan is losgelaten. Verder heeft de raad, mede door middel van visualisaties, onderzocht wat de visuele effecten zijn van het voorziene windturbinepark. Het betoog van [appellant sub 2] dat de visualisaties een onjuist beeld geven van de werkelijkheid is niet nader onderbouwd, waardoor de Afdeling geen aanleiding ziet om aan het MER op dit punt te twijfelen. In tegenstelling tot hetgeen wordt betoogd, heeft de raad bij de beoordeling van de visuele effecten voorts rekening gehouden met de gerealiseerde windturbines in Duitsland en de voorziene windturbines aan de Papenkampseweg. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad, gezien het voorgaande en het overwogene onder 14.1, bij afweging van alle bij het besluit betrokken belangen, zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het plan het landschap en het zicht vanuit de woonkern niet onaanvaardbaar zal verstoren en dat het plan niet zal leiden tot onaanvaardbare interferentie met de bestaande windturbineparken. Voorts heeft de raad in redelijkheid kunnen stellen dat afwijking van het provinciale beleid, zoals dat gold ten tijde van de vaststelling van het plan, in dit geval is gerechtvaardigd. Het betoog faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/14f6c361980f8c6258a00eff55088b202d7cfc8ef3c43707a531086f9f1762be. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 14f6c361980f8c6258a00eff55088b202d7cfc8ef3c43707a531086f9f1762be, en de alinea staat in dat document op bytes 35821 tot 38229.