Citaat | Raad van State 27 mei 2015

Alinea 29 Raad van State 27 mei 2015

Een alinea uit Raad van State 27 mei 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1630.

3. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de korpschef mocht weigeren zijn bezwaar inhoudelijk in behandeling te nemen. Hiertoe voert hij aan dat de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) niet voorziet in de mogelijkheid om een op deze wijze ingediend bezwaarschrift niet-ontvankelijk te verklaren als bedoeld in artikel 6:6 van de Awb en niet te behandelen. De korpschef is ingevolge artikel 7:10, eerste lid, van de Awb, volgens welke bepaling het bestuursorgaan binnen zes weken op een bezwaarschrift beslist, gehouden op een ingediend bezwaar te beslissen, aldus [appellant]. Voorts stelt [appellant] dat nu de brief feitelijk is bezorgd via postbusnummer 100, er geen vereiste is waaraan hij niet zou hebben voldaan. Hij stelt dat hij bij brief van 9 juli 2013 door de korpschef is uitgenodigd voor een hoorzitting in bezwaar. Verder voert [appellant] aan dat het antwoordnummer eenvoudig op het internet is te vinden en de korpschef niet gemotiveerd heeft gesteld dat getracht is het antwoordnummer van het internet te verwijderen. Volgens hem had de korpschef hem in ieder geval een termijn voor herstel moeten bieden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/496b93dd17dabcec56b92424e456c75724a83be8f0baf9f1c2acd1f3d3575262. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 496b93dd17dabcec56b92424e456c75724a83be8f0baf9f1c2acd1f3d3575262, en de alinea staat in dat document op bytes 8579 tot 9754.