Citaat | Raad van State 28 januari 2015

Alinea 40 Raad van State 28 januari 2015

Een alinea uit Raad van State 28 januari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:181.

4.5. Gelet op deze feiten en omstandigheden heeft de minister aangetoond dat beide vreemdelingen ten behoeve van de maatschap arbeid hebben verricht. Het boeterapport biedt hiervoor voldoende grond. Aan de omstandigheid dat [eigenaresse] niet heeft waargenomen dat de vreemdelingen daadwerkelijk arbeid hebben verricht komt geen doorslaggevende betekenis toe. De dagen en tijden die in het contract zijn vastgelegd komen overeen met de werkroosters van de vreemdelingen. Verder zijn de door de vreemdelingen gewerkte uren, die overeenkomen met de in het werkrooster vermelde uren, door [bedrijf B] aan de maatschap gefactureerd. Dat geen arbeidsovereenkomsten zouden zijn gesloten tussen [bedrijf B] en de vreemdelingen voor de periode waarin is gewerkt, is, wat hier ook van zij, gelet op hetgeen hiervoor onder 4.2 is overwogen, geen omstandigheid die voor werkgeverschap in de zin van de Wav van belang is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/22ea4b10101ea7beec0dced4329657a78840f061f76f58f7d87601c430453035. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 22ea4b10101ea7beec0dced4329657a78840f061f76f58f7d87601c430453035, en de alinea staat in dat document op bytes 16133 tot 17055.