Citaat | Raad van State 28 januari 2015

Alinea 54 Raad van State 28 januari 2015

Een alinea uit Raad van State 28 januari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:181.

8.3. In hetgeen is aangevoerd, wordt geen grond gevonden voor het oordeel dat de beleidsregels op dit punt onredelijk zijn. Voor de hoogte van de boete is de door de beboete werkgever gekozen rechtsvorm bepalend. Blijkens het handelsregister is de praktijk als maatschap ingeschreven. Een maatschap wordt ingevolge artikel 5:1, derde lid, van de Awb, gelezen in samenhang met artikel 51, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht wat de hoogte van de op te leggen boete betreft met een rechtspersoon gelijkgesteld. Dat in de beleidsregels voor deze rechtsvormen hetzelfde boetenormbedrag is gesteld, vindt haar grond in de gelijkstelling in de wet. In zoverre heeft de minister geen beslisruimte. Dit laat onverlet dat de minister, zoals onder 8.1 en 8.2 is overwogen, bevoegd en onder omstandigheden verplicht is de boete te matigen, waarbij de geringe draagkracht van een beboete onderneming een rol kan spelen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/22ea4b10101ea7beec0dced4329657a78840f061f76f58f7d87601c430453035. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 22ea4b10101ea7beec0dced4329657a78840f061f76f58f7d87601c430453035, en de alinea staat in dat document op bytes 23807 tot 24733.