Citaat | Raad van State 17 juni 2015

Alinea 45 Raad van State 17 juni 2015

Een alinea uit Raad van State 17 juni 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1892.

5. [appellante] betoogt voorts dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de minister niet heeft aangetoond dat de vreemdelingen daadwerkelijk het schip hebben betreden en dat zij arbeid voor haar hebben verricht. Zij voert aan dat niet is aangetoond dat de eerste groep vreemdelingen ten tijde van belang op het schip aanwezig zijn geweest, aangezien dit door de arbeidsinspecteurs niet feitelijk is waargenomen. De enkele raadpleging van de bemanningslijsten van 10 en 20 juni 2012 is daartoe onvoldoende, aldus [appellante], omdat mogelijk is dat de eerste groep vreemdelingen uiteindelijk wegens omstandigheden niet heeft gewerkt. Verder betoogt [appellante] dat de eerste groep vreemdelingen niet door de arbeidsinspecteurs zijn gehoord, zodat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat uit hun verklaringen volgt dat zij zich aan boord van het schip bevonden. Voorts volgt uit de verklaring van de kapitein van het schip, en de verklaring van de voorman, evenmin dat de eerste groep vreemdelingen arbeid heeft verricht op het schip.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d3eeb82bc5d325ecead550fde3b2a2727de080d47e2a409039ba9f0d47933891. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d3eeb82bc5d325ecead550fde3b2a2727de080d47e2a409039ba9f0d47933891, en de alinea staat in dat document op bytes 19098 tot 20151.