Citaat | Raad van State 5 juni 2015

Alinea 32 Raad van State 5 juni 2015

Een alinea uit Raad van State 5 juni 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1911.

6.2. Zoals volgt uit de jurisprudentie van de Afdeling (vergelijk de uitspraken van 24 mei 2013 in zaak nr. 201109839/1/V2) hanteert de staatssecretaris bij het onderzoek naar de geloofwaardigheid van een gestelde bekering een vragenlijst die in overleg met onder meer kerkelijke instanties en met een organisatie die de belangen behartigt van christelijke asielzoekers, tot stand is gekomen, en hecht hij in het geval van een bekering in het bijzonder waarde aan de beantwoording door een vreemdeling van vragen over de motieven voor en het proces daarvan. Zoals voorts volgt uit de uitspraak van de Afdeling van 15 juli 2014 in zaak nr. 201401627/1/V2 bestaat geen grond voor het oordeel dat de staatssecretaris niet in redelijkheid in het bijzonder waarde mag hechten aan antwoorden van de vreemdeling op vragen over de motieven voor en het proces van bekering. Van een onjuist toetsingskader als door de vreemdeling gesteld, kan dan ook niet worden gesproken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/44f0daa02ef14ff9bff9eff8a4f4154e0b9d0cf9e674d43ff4a5cda44ee07e7c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 44f0daa02ef14ff9bff9eff8a4f4154e0b9d0cf9e674d43ff4a5cda44ee07e7c, en de alinea staat in dat document op bytes 13504 tot 14480.