Citaat | Raad van State 24 juni 2015

Alinea 28 Raad van State 24 juni 2015

Een alinea uit Raad van State 24 juni 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1979.

4. [wederpartij A] en [wederpartij B] hebben in hun verweerschrift te kennen gegeven voorwaardelijk incidenteel hoger beroep in te stellen. Zij hebben aangevoerd dat, voor zover de minister hen terecht heeft beboet, de opgelegde boetes moeten worden gematigd. Dit betoog is niet gericht tegen enig onderdeel van de aangevallen uitspraak. Gelet hierop is het verweerschrift van [wederpartij A] en [wederpartij B] niet ook aan te merken als een voorwaardelijk incidenteel hogerberoepschrift in de zin van artikel 8:110, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 8:112, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb). De Afdeling zal hetgeen [wederpartij A] en [wederpartij B] in dit verband hebben aangevoerd, aanmerken als een aanvulling op hun in eerste aanleg voorgedragen beroepsgrond over de evenredigheid van de boetes.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eb3fbd7732e6c82e585ad2f3f95073fc66e9c9cf57638aaad7c016a82b46f5e7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eb3fbd7732e6c82e585ad2f3f95073fc66e9c9cf57638aaad7c016a82b46f5e7, en de alinea staat in dat document op bytes 8432 tot 9287.