Citaat | Raad van State 16 juni 2015

Alinea 35 Raad van State 16 juni 2015

Een alinea uit Raad van State 16 juni 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2008.

3. Het is aan de staatssecretaris om aan te tonen dat er ernstige redenen zijn om te veronderstellen dat een vreemdeling één van de zeer ernstige misdrijven, bedoeld in artikel 1 (F), aanhef en onder a, van het Vluchtelingenverdrag, heeft gepleegd. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling (zie de uitspraak van 12 december 2003 in zaak nr. 200305099/1, met verwijzing naar de uitspraak van 17 januari 1995, zaak R02.93.5844, RV1995, 1) dient artikel 1 (F) van het Vluchtelingenverdrag restrictief te worden uitgelegd. Wegens enerzijds de ernst van de misdrijven waarop artikel 1 (F) van het Vluchtelingenverdrag betrekking heeft, en anderzijds het verstrekkende karakter van de vaststelling dat die bepaling op een vreemdeling van toepassing is, worden aan de bewijsvoering en motivering van de staatssecretaris strenge eisen gesteld. Een vreemdeling kan de toepassing van artikel 1 (F), aanhef en onder a, van het Vluchtelingenverdrag door de staatssecretaris vervolgens in twee instanties ter toetsing aan de bestuursrechter voorleggen. Daarna heeft hij de mogelijkheid in opvolgende procedures waarin artikel 1 (F) van het Vluchtelingenverdrag aan enig verblijf in de weg staat, alsnog aan te tonen dat die bepaling ten onrechte op hem van toepassing is geacht (zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 28 juni 2010 in zaak nr. 201000981/1/V1).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea8f3347b0911665ac38eebfddcae8e37db1bf4f9dccbffea619b668bd9a46b4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea8f3347b0911665ac38eebfddcae8e37db1bf4f9dccbffea619b668bd9a46b4, en de alinea staat in dat document op bytes 12205 tot 13581.