Citaat | Raad van State 16 juni 2015
Alinea 42 Raad van State 16 juni 2015
Een alinea uit Raad van State 16 juni 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2008.
7. De grieven van de staatssecretaris stellen de verhouding aan de orde tussen artikel 1 (F), aanhef en onder a, van het Vluchtelingenverdrag en artikel 8.22 van het Vb 2000, waarin artikel 27, tweede lid, van de richtlijn is geïmplementeerd. In de grieven, in hun onderlinge samenhang bezien, klaagt de staatssecretaris dat de rechtbank weliswaar terecht heeft overwogen dat de vreemdeling een werkelijke en ernstige bedreiging vormt voor een fundamenteel belang van de samenleving, maar dat zij ten onrechte heeft overwogen dat hij ondeugdelijk heeft gemotiveerd dat de vreemdeling een actuele bedreiging vormt, omdat de persoonlijke deelname van de vreemdeling aan in artikel 1 (F), aanhef en onder a, van het Vluchtelingenverdrag genoemde misdrijven niet vaststaat. De staatssecretaris betoogt verder dat hij geen aanvullende redenen hoeft aan te voeren om aannemelijk te maken dat de vreemdeling een actuele bedreiging vormt, omdat op de vreemdeling artikel 1 (F), aanhef en onder a, van het Vluchtelingenverdrag van toepassing is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea8f3347b0911665ac38eebfddcae8e37db1bf4f9dccbffea619b668bd9a46b4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea8f3347b0911665ac38eebfddcae8e37db1bf4f9dccbffea619b668bd9a46b4, en de alinea staat in dat document op bytes 15688 tot 16738.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ea8f3347b0911665ac38eebfddcae8e37db1bf4f9dccbffea619b668bd9a46b4 | shasum -a 256