Citaat | Raad van State 16 juni 2015

Alinea 56 Raad van State 16 juni 2015

Een alinea uit Raad van State 16 juni 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2008.

7.7. De dreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving die uitgaat van de aanwezigheid in de samenleving van een persoon, van wie in rechte vaststaat dat ernstige redenen bestaan om te veronderstellen dat hij misdrijven heeft gepleegd als bedoeld in artikel 1 (F), aanhef en onder a, van het Vluchtelingenverdrag, is naar zijn aard blijvend actueel. Deze gedachte ligt ook besloten in artikel 12, tweede lid, van richtlijn 2004/83/EG, blijkens het onder 7.5. geciteerde arrest van het Hof. Anders dan de rechtbank heeft overwogen, is dan ook niet vereist dat de staatssecretaris een inschatting maakt van het toekomstige gedrag van die vreemdeling. Hierbij vindt de Afdeling aansluiting bij het arrest van het Hof van 27 oktober 1977, 30/77, Bouchereau (ECLI:EU:C:1977:172). Het Hof heeft daarin over de uitleg van artikel 3, tweede lid, van richtlijn 64/221/EEG, thans gewijzigd in artikel 27, tweede lid, van de richtlijn, voor zover thans relevant, als volgt overwogen:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea8f3347b0911665ac38eebfddcae8e37db1bf4f9dccbffea619b668bd9a46b4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea8f3347b0911665ac38eebfddcae8e37db1bf4f9dccbffea619b668bd9a46b4, en de alinea staat in dat document op bytes 25165 tot 26160.