Citaat | Raad van State 1 juli 2015

Alinea 38 Raad van State 1 juli 2015

Een alinea uit Raad van State 1 juli 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2049.

4. Het college betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het niet tijdig op het Wob-verzoek heeft beslist. De rechtbank heeft daartoe ten onrechte overwogen dat het college [appellant sub 1] geen mogelijkheid tot herstel heeft geboden als bedoeld in artikel 4:5, eerste lid, aanhef en onder b, van de Awb. De rechtbank heeft volgens het college miskend dat de e-mail van 9 april 2013 de in artikel 4:5 van de Awb bedoelde gelegenheid tot herstel is. Daarin is vermeld dat een verzoek schriftelijk moet worden ingediend en dat het verzoek dan zal worden behandeld. De termijn om te beslissen op het Wob-verzoek is volgens het college pas aangevangen op 9 april 2013. Op die datum is het verzoek op de juiste wijze ingediend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f95aa74285d2515298a1e728e1b3ec4ab0146aafb83bb7aa67682e06fba2dfff. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f95aa74285d2515298a1e728e1b3ec4ab0146aafb83bb7aa67682e06fba2dfff, en de alinea staat in dat document op bytes 10493 tot 11246.