Citaat | Raad van State 1 juli 2015
Alinea 53 Raad van State 1 juli 2015
Een alinea uit Raad van State 1 juli 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2082.
7.1. De raad stelt dat de gemeente Barneveld een actief grondbeleid voert, dat slechts is gebaseerd op ruimtelijke motieven. In het onderhavige geval is in het bijzonder beoogd het aanbod aan bedrijventerrein op peil te houden. Uit onderzoek van Arcadis blijkt volgens de raad dat de autonome uitbreidingsvraag voor de periode 2012-2020 33 hectare bedraagt. De reële vervangingsvraag voor de periode tot en met 2020 is 14,7 hectare. De bovenregionale vraag bedraagt in die periode 19 hectare. Dit betekent, zo stelt de raad, dat de totale vraag naar nieuw bedrijventerrein in Barneveld in de periode 2012-2020 tussen de 73 en 80 hectare bedraagt. Met het huidig aanbod van 43,8 hectare bestaat er volgens de raad een tekort van 29,2 tot 36,2 hectare. De raad betwist het door GA1 en [appellant sub 1] genoemde aantal vierkante meters uitgegeven bedrijventerrein van de afgelopen jaren, waarbij de raad erop wijst dat de relatief beperkte afzet niet is gelegen in het gebrek aan vraag naar bedrijventerrein, maar het gebrek aan uitgeefbaar bedrijventerrein. Een duidelijke aanwijzing uit de praktijk dat de behoefteraming reëel is, is de snelle uitgifte van het bedrijventerrein Harselaar West-Werst, aldus de raad. Over het bestaande aanbod van bedrijventerrein stelt de raad allereerst dat de maandrapportages hier geen inzicht ingeven nu dit momentopnamen zijn en bovendien alleen de geleverde hoeveelheid aan bedrijventerrein vermelden en niet het reeds verkochte deel bedrijventerrein. Daarbij wijst de raad erop dat niet alle bedrijventerreinen op een lijn kunnen worden gesteld met het bedrijventerrein waarin het plan voorziet, aangezien niet op alle bedrijventerreinen vergelijkbare milieucategorieën zijn toegestaan en ook de kavelgrootte en bebouwingsdichtheid verschilt per bedrijventerrein. Herstructurering van bedrijventerreinen zal er ook niet toe leiden dat bedrijventerrein vrijkomt dat op vergelijkbare wijze in de behoefte kan voorzien, aangezien hiermee niet een aanzienlijke ruimtewinst optreedt en ook geen hoge milieucategorie wordt toegestaan. De raad stelt voorts dat met regionale invloeden rekening is gehouden. Dit blijkt onder meer uit de afstemming tussen gemeenten van hun aanbod in bedrijventerrein en dan in het bijzonder wat betreft het kwalitatieve aanbod en de focus hiervan. De raad verwijst naar het RPB. Dit programma wordt volgens de raad bovendien gemonitord, teneinde het programma bij te kunnen sturen waar nodig. Wat betreft het functieveranderingsbeleid stelt de raad dat in de regel slechts functieverandering mogelijk is naar een bedrijf tot en met milieucategorie 2. Daarbij stelt de raad dat het functieveranderingsbeleid een kwaliteitsimpuls geeft aan het buitengebied en zorgt voor een toename van de vraag naar bedrijventerrein. De raad stelt tot slot dat in de behoefte niet kan worden voorzien door inbreiding aangezien het gaat om zeer milieuhinderlijke activiteiten met een groot ruimtebeslag.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eb825df48c924f8865e8d94929d3c7d43839392614bc757068c7d61390e8a7f8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eb825df48c924f8865e8d94929d3c7d43839392614bc757068c7d61390e8a7f8, en de alinea staat in dat document op bytes 38041 tot 41006.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eb825df48c924f8865e8d94929d3c7d43839392614bc757068c7d61390e8a7f8 | shasum -a 256