Citaat | Raad van State 8 juli 2015
Alinea 52 Raad van State 8 juli 2015
Een alinea uit Raad van State 8 juli 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2106.
Indien de wijze waarop [appellant], naar gesteld, erkend zou zijn al in overeenstemming is met de regels van Ghanees gewoonterecht, heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat [appellant] niet aannemelijk heeft gemaakt dat de gestelde erkenning heeft plaatsgevonden, noch dat die in 1999 heeft plaatsgevonden. Hij heeft daarvan geen bewijs overgelegd. Het moment waarop de beweerdelijke erkenning heeft plaatsgevonden is van belang, nu [appellant] gelet op artikel 4, eerste lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap, zoals die bepaling luidde tot 1 april 2003, niet het Nederlanderschap heeft verkregen indien de erkenning van [appellant] door [vader] heeft plaatsgevonden voordat [vader] het Nederlanderschap had verkregen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e78bc93071d045678acbace310da0ae9f05d2eed82f8eca5ddd44436ced9b053. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e78bc93071d045678acbace310da0ae9f05d2eed82f8eca5ddd44436ced9b053, en de alinea staat in dat document op bytes 21898 tot 22655.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e78bc93071d045678acbace310da0ae9f05d2eed82f8eca5ddd44436ced9b053 | shasum -a 256