Citaat | Raad van State 8 juli 2015

Alinea 64 Raad van State 8 juli 2015

Een alinea uit Raad van State 8 juli 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2170.

6.2. Zoals de staatssecretaris ter zitting heeft toegelicht, gaat hij bij het onderzoek naar de geloofwaardigheid van de gestelde seksuele gerichtheid ervan uit dat een vreemdeling zelden bewijs kan leveren van zijn seksuele gerichtheid en de problemen die hij eventueel in verband daarmee heeft ondervonden. Een vreemdeling heeft immers veelal geen ander bewijs daarvoor dan zijn eigen verklaringen (zie ook de uitspraak van 10 juli 2012 in zaak nr. 201112088/1/V1). De staatssecretaris gunt een vreemdeling daarom het voordeel van de twijfel, indien hij de verklaringen van een vreemdeling samenhangend en aannemelijk acht en heeft vastgesteld dat de desbetreffende vreemdeling in grote lijnen geloofwaardig is. Dit is derhalve niet anders dan bij het onderzoek door de staatssecretaris naar de geloofwaardigheid van verklaringen van een vreemdeling die geen verband houden met een gestelde seksuele gerichtheid (zie in dat opzicht ook de punten 49 en 50 van het arrest). Verder heeft de staatssecretaris toegelicht dat hij steeds rekening houdt met de specifieke problemen die gepaard kunnen gaan met het verklaren over de seksuele gerichtheid, zoals bij een vreemdeling aanwezige angst en schaamte.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/61b68e14ea05872ce0e76f5f99915b553991965bc0e434cb1004aa9650172083. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 61b68e14ea05872ce0e76f5f99915b553991965bc0e434cb1004aa9650172083, en de alinea staat in dat document op bytes 26865 tot 28080.