Citaat | Raad van State 8 juli 2015

Alinea 82 Raad van State 8 juli 2015

Een alinea uit Raad van State 8 juli 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2170.

8.3. De staatssecretaris maakt wat betreft de vraag of en, zo ja, in hoeverre terughoudendheid van een vreemdeling mag worden gevraagd onderscheid tussen vluchtelingschap en subsidiaire bescherming (paragrafen C2/3.2 en C2/3.3 van de Vreemdelingencirculaire 2000). Dit onderscheid lijkt ook te bestaan tussen de rechtspraak van het Hof en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (hierna: het EHRM). Indien de staatssecretaris uitgaat van een gestelde seksuele gerichtheid, dan wel deze geloofwaardig acht, is het volgens voormeld arrest van het Hof van 7 november 2013 namelijk in strijd met de artikelen 9 en 10 van Richtlijn 2004/83 om bij de beoordeling of de vreemdeling als vluchteling moet worden aangemerkt van hem terughoudendheid te verlangen bij het invulling geven aan die gerichtheid in het land van herkomst. In de rechtspraak van het EHRM lijkt van een vreemdeling daarentegen wel terughoudendheid te worden verwacht, als hij daarmee een onmenselijke behandeling kan voorkomen (zie in dit verband de arresten F.G. tegen Zweden, van 16 januari 2014, nr. 43611/11, en M.E. tegen Zweden, van 26 juni 2014, nr. 71398/12; www.echr.coe.int).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/61b68e14ea05872ce0e76f5f99915b553991965bc0e434cb1004aa9650172083. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 61b68e14ea05872ce0e76f5f99915b553991965bc0e434cb1004aa9650172083, en de alinea staat in dat document op bytes 38982 tot 40149.