Citaat | Raad van State 30 juni 2015

Alinea 36 Raad van State 30 juni 2015

Een alinea uit Raad van State 30 juni 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2174.

4. [appellante sub 4] voert aan dat ten onrechte een Nbw-vergunning voor de bestorting van de vooroever op de locatie Burghsluis is verleend, voordat onomstotelijk is vastgesteld dat het bestorten noodzakelijk is. Volgens [appellante sub 4] is van de door Rijkswaterstaat gestelde erosie van de vooroever op deze locatie geen sprake. Ter onderbouwing van haar stelling heeft [appellante sub 4] een aantal documenten overgelegd, waaronder de notitie 'Noodzaak vooroever bestorting traject Polder Burgh- en Westland' van 6 mei 2013, opgesteld door dr. J.H. van den Berg, werkzaam bij adviesbureau Morfodynamica en de Universiteit Utrecht, een brief van 3 juli 2013 van J.H. van den Berg, voornoemd, met als onderwerp 'Noodzaak vooroever bestorting stortvak Burghsluis, de memo 'Mogelijkheden geavanceerde toetsing noodzaak bestorting Burghsluis' van 13 november 2013, opgesteld door D.R. Mastbergen en G.A. van den Ham, werkzaam bij Deltares en een brief van J.H. van den Berg, voornoemd, van 8 januari 2015, waarin een reactie wordt gegeven op het deskundigenbericht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6402d46b32c5b08cb7a08be3c417c0c514f023a68be5f5ad2e8344388a9d57a1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6402d46b32c5b08cb7a08be3c417c0c514f023a68be5f5ad2e8344388a9d57a1, en de alinea staat in dat document op bytes 10523 tot 11602.