Citaat | Raad van State 15 juli 2015
Alinea 41 Raad van State 15 juli 2015
Een alinea uit Raad van State 15 juli 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2247.
6.2. Wat de inhoudelijke kant van de zaak betreft, overweegt de Afdeling als volgt. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 30 juli 2014 in zaak nr. 201303430/1/A2), volgt uit artikel 18, eerste lid, van de Awir, gelezen in samenhang met artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wko, dat degene die kinderopvangtoeslag ontvangt, moet kunnen aantonen dat hij kosten voor kinderopvang heeft gemaakt en wat de hoogte is van deze kosten, zodat de Belastingdienst/Toeslagen kan bepalen of de aanvrager van die toeslag aanspraak daarop maakt en, indien dat het geval is, de hoogte van die aanspraak kan berekenen. Hieruit volgt dat het aan [wederpartij], als degene die aanspraak maakt op kinderopvangtoeslag, is om documenten over te leggen waaruit kan worden afgeleid wat de hoogte van de gemaakte kosten van kinderopvang is waarvoor toeslag kan worden verstrekt en dat zij die kosten daadwerkelijk heeft betaald. De rechtbank heeft dan ook ten onrechte overwogen dat het bij onduidelijkheid van de betalingen aan de Belastingdienst/Toeslagen is om aannemelijk te maken dat de kosten niet volledig zijn betaald.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fb5c7f744ba5740fc4d9ab726da74b705f9fef0f7699ebf8e806d7eb2f7b4277. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fb5c7f744ba5740fc4d9ab726da74b705f9fef0f7699ebf8e806d7eb2f7b4277, en de alinea staat in dat document op bytes 12459 tot 13623.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fb5c7f744ba5740fc4d9ab726da74b705f9fef0f7699ebf8e806d7eb2f7b4277 | shasum -a 256