Citaat | Raad van State 5 augustus 2015

Alinea 32 Raad van State 5 augustus 2015

Een alinea uit Raad van State 5 augustus 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2447.

Gelet op de ruime kennis en ervaring van [gemachtigde] moet ervan worden uitgegaan dat [gemachtigde] ermee bekend was dat hij de gevraagde documenten betreffende de opgelegde verkeersboete op grond van artikel 7:18, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) en de artikelen 11, vierde lid en 19, vierde lid, van de Wahv had kunnen opvragen. Dit wijst erop dat het een bewuste keuze is geweest om het informatieverzoek op de Wob te baseren. Gezien de kennis en ervaring van [gemachtigde] moet er tevens van worden uitgegaan dat hij ermee bekend was dat een op de Wob gebaseerd informatieverzoek, anders dan een op artikel 7:18, vierde lid, van de Awb of de voormelde Wahv-bepalingen gebaseerd informatieverzoek, er toe kan leiden dat het aangezochte bestuursorgaan, in geval van niet-tijdige besluitvorming, aan de aanvrager een dwangsom of proceskostenvergoeding moet betalen. erder is van belang dat [gemachtigde] in veel gevallen met betrekking tot dezelfde verkeersboete meerdere al dan niet verkapte Wob-verzoeken en als ingebrekestellingen bedoelde brieven heeft verstuurd, zoals ook hier het geval is. Deze wijze van corresponderen door [gemachtigde] heeft een tijdige besluitvorming eveneens bemoeilijkt, mede bezien in het licht van de vele correspondentie van [gemachtigde] ter zake van verkeersboetes. Voor dit procesgedrag kan, gegeven hetgeen hiervoor is overwogen over de bewuste keuze van [gemachtigde] om het informatieverzoek op de Wob te baseren, geen andere plausibele verklaring worden gevonden dan dat hij het oogmerk heeft om ten laste van de overheid dwangsommen en proceskostenvergoedingen te incasseren. Hierbij is in aanmerking genomen dat [gemachtigde] in deze zaak een machtiging van 19 oktober 2012 heeft overgelegd, waarbij [wederpartij] [bedrijf], handelend onder de naam [naam], machtigt om hem in deze zaak rechtsbijstand te verlenen op ‘no cure no pay’-basis, waarbij het te betalen bedrag voor rechtsbijstand is gelijkgesteld aan de hoogte van de aan [wederpartij] toegekende proceskostenvergoeding. Dat in die machtiging, zoals [gemachtigde] stelt, abusievelijk is vermeld dat rechtsbijstand op ‘no cure no pay’- basis wordt verricht en in de nieuwe machtiging van 10 januari 2014 dit niet is vermeld, acht de Afdeling, mede gezien het feit dat [gemachtigde] in vele andere procedures eerstgenoemde machtiging heeft gebruikt, niet geloofwaardig.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f379d8bb56e62c08d659e3dc15d866f4aad17301177d340c0143da6724fd84d2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f379d8bb56e62c08d659e3dc15d866f4aad17301177d340c0143da6724fd84d2, en de alinea staat in dat document op bytes 10825 tot 13247.