Citaat | Raad van State 4 februari 2015

Alinea 669 Raad van State 4 februari 2015

Een alinea uit Raad van State 4 februari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:249.

76.5. De Afdeling overweegt dat de in de vrijstelling mogelijk gemaakte ontsluitingsweg dient te worden aangemerkt als een bestaand recht, waaraan de raad niet zonder meer voorbij kan gaan. Een uitzondering hierop kan worden gemaakt als een dienovereenkomstige bestemming op basis van nieuwe inzichten niet langer in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening en het belang bij de beoogde nieuwe bestemming zwaarder weegt dan de gevestigde rechten en belangen. De raad heeft in dit kader niet gemotiveerd waarom hij de in de vrijstelling voorziene ontsluitingsweg niet langer wenselijk acht en wat zijn ruimtelijke bezwaren zijn. Het verstrijken van de tijd sinds het verlenen van de vrijstelling is onvoldoende motivering voor het niet mogelijk maken van de ontsluitingsweg. Daarbij betrekt de Afdeling dat de vrijstelling in de tussentijd niet is ingetrokken en dat ter zitting is gebleken dat de raad niet heeft geïnformeerd naar de plannen van [appellante sub 33] voor het aanleggen van de weg en haar belangen daarbij, zoals zij naar voren heeft gebracht in de zienswijze. Gelet op het voorgaande is het besluit in zoverre niet op zorgvuldige wijze voorbereid en steunt het niet op een deugdelijke motivering.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/014d322f8cee39d1fb1e976d49525c3e204e43c1123c5c5f601ccb420081d216. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 014d322f8cee39d1fb1e976d49525c3e204e43c1123c5c5f601ccb420081d216, en de alinea staat in dat document op bytes 256525 tot 257764.