Citaat | Raad van State 5 augustus 2015
Alinea 39 Raad van State 5 augustus 2015
Een alinea uit Raad van State 5 augustus 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2506.
4.3. Voor de toepassing van artikel 11 van de Verordening was vereist dat de burger van de Unie zijn rechten van vrij verkeer uitoefende in een andere lidstaat dan waarvan hij de nationaliteit had. In die gevallen verkreeg het familielid van die burger van de Unie het recht om in diezelfde lidstaat zijn werkzaamheden te verrichten (zie onder meer de arresten van het Hof van 13 februari 1985, C-267/83, Diatta; ECLI:EU:C:1985:67, van 5 juni 1997, C-64/96 en C-65/96, Uecker; ECLI:EU:C:1997:285, en van 30 maart 2006, C-10/05, Mattern en Cikotic; ECLI:EU:C:2006:220).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b32a13e28dd955b602d3974e25b129fede13e34811120d086ca724e44644efe8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b32a13e28dd955b602d3974e25b129fede13e34811120d086ca724e44644efe8, en de alinea staat in dat document op bytes 14994 tot 15575.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b32a13e28dd955b602d3974e25b129fede13e34811120d086ca724e44644efe8 | shasum -a 256