Citaat | Raad van State 12 augustus 2015

Alinea 45 Raad van State 12 augustus 2015

Een alinea uit Raad van State 12 augustus 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2547.

5.2. De rechtbank heeft, gelet op de in de horeca-inrichting aangetroffen hoeveelheid hasjiesj van in totaal 93,3 gram, terecht geen grond gevonden voor het oordeel dat de burgemeester zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat aannemelijk is dat in de inrichting softdrugs aanwezig waren voor de verkoop, aflevering of verstrekking als bedoeld in artikel 13b van de Opiumwet, temeer nu in de horeca-inrichting ook grote hoeveelheden contant geld zijn aangetroffen. Zij heeft in de enkele, niet onderbouwde stelling van [appellant] dat de softdrugs zijn achtergelaten door een bouwvakker of een artiest, terecht geen grond gevonden voor een ander oordeel. Met de rechtbank acht de Afdeling niet aannemelijk dat de aangetroffen hoeveelheid hasjiesj met bijbehorende financiële waarde van € 933,00 door een derde in de horeca-inrichting is achtergelaten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3e1a3fef545b925d1c5f02f1bcb7673124f9663af3a5891d7f012293bd319407. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3e1a3fef545b925d1c5f02f1bcb7673124f9663af3a5891d7f012293bd319407, en de alinea staat in dat document op bytes 16076 tot 16969.